De uitbraak van het COVID-19 virus en de beschermende maatregelen uitgevaardigd door de overheid hebben een bijzondere impact op uw onderneming, o.a. op financieel vlak. Bijgevolg is het cruciaal dat iedere bestuurder tijdig de nodige maatregelen kan nemen om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden.

1. Continuïteit

Wanneer gewichtige en overeenstemmende feiten de continuïteit van de onderneming in het gedrang kunnen brengen, dient het bestuursorgaan te beraadslagen over de maatregelen die moeten worden genomen om de continuïteit van de economische activiteit voor een minimumduur van 12 maanden te vrijwaren.

De COVID-19 crisis en de impact hiervan op de nationale en internationale markten vormen zonder twijfel omstandigheden die de continuïteit van de onderneming in het gedrang kunnen brengen. De raad van bestuur van iedere onderneming dient aldus zo snel mogelijk samen te komen om te beraadslagen over de te nemen maatregelen in het kader van deze crisis.

Bestuurders die nalaten deze procedure te volgen, riskeren bestuurdersaansprakelijkheid.

2. Alarmbelprocedure – uitkeringen

De naamloze vennootschappen dienen bovendien een specifieke procedure te volgen indien het netto-actief van de vennootschap gedaald is tot minder dan de helft van het kapitaal.

Een soortgelijke procedure dient gevolgd te worden in een besloten vennootschap (BV) of coöperatieve vennootschap (CV) wanneer (i) het netto-actief van de vennootschap negatief dreigt te worden of is geworden of (ii) het bestuursorgaan vaststelt dat het niet langer vaststaat dat de vennootschap, volgens redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen, in staat zal zijn om gedurende minstens de volgende 12 maanden haar schulden te voldoen (de liquiditeitstest).

In dit kader dient eveneens voorzichtig te worden omgesprongen met de uitkeringspolitiek betreffende dividenden en tantièmes van de vennootschap. Indien bepaalde uitkeringen worden gedaan zonder dat aan de liquiditeitstest wordt voldaan, komt de aansprakelijkheid van de bestuurders opnieuw in het gedrang.

In geval de alarmbelprocedure niet wordt nageleefd, wordt de door derden geleden schade, behoudens tegenbewijs, geacht uit het ontbreken van het volgen van de alarmbelprocedure voort te vloeien. Dit verhoogt opnieuw het risico voor de vennootschap alsook haar bestuurders, die ingevolge hiervan aansprakelijk kunnen worden gesteld.

3. Wanbeheer

In het geval de financiële situatie van de vennootschap aanhoudend verslechtert, bestaat het risico dat deze het voorwerp wordt van een procedure van gerechtelijke reorganisatie of zelfs een faillissement. In geval van wanbeheer (i.e. het onrechtmatige verderzetten van een kennelijk reddeloos verloren onderneming terwijl men kennis heeft of behoort te hebben van deze ondernemingstoestand en men zich niet gedraagt als een normaal, voorzichtig en zorgvuldig bestuurder), in de periode voorafgaand aan het faillissement, kunnen de bestuurders persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor (een gedeelte van) de schulden van de onderneming ten belope van het tekort in de faillissementsboedel.

4. Besluit

Om bestuurdersaansprakelijkheid te vermijden, dienen bestuurders vandaag actie te ondernemen en de nodige procedures te volgen. Al zouden sommigen er ten onrechte van uitgaan dat het volgen van anticipatieve juridische procedures niet de prioriteit zou vormen in deze crisissituatie, is het cruciaal om de nodige maatregelen te treffen, niet enkel voor de continuïteit van de vennootschap zelf, maar eveneens om (strafrechtelijke) sancties in hoofde van de bestuurders te vermijden.

Indien u vragen heeft met betrekking tot de reikwijdte van deze verplichtingen of de praktische toepassing ervan tijdens deze periode van social distancing, kan u steeds contact opnemen met uw vast contactpersoon bij Quorum of door een e-mail te sturen aan info@quorumlaw.eu.